De geschiedenis van de CJV

prof. mr. A. Anema

1920

De CJV is een bijzondere vereniging met een lange geschiedenis. De CJV is voortgekomen uit een kritische studiekring die in 1920 door prof. mr. A. Anema werd opgericht. In die tijd kwam de studiekring om de twee weken bijeen bij hem thuis in Zandvoort. Tijdens deze vergaderingen werd ingegaan op de grote betekenis van beginselen. Ook werd er kritiek geuit op de uitdragers van die beginselen. Bij het afstuderen van het merendeel van de groep studenten werd na de laatste kringvergadering besloten om van de kring iets blijvends te maken.

 

In 1922 kwam de uitgebreide kring bijeen in Amersfoort, waar de vergadering een ingeleid juridisch onderwerp behandelde. Op 16 april 1923 werd onder voorzitterschap van Anema de Calvinistische Juristenvereniging opgericht. Een maand later telde de vereniging al 52 leden. In de loop van de tijd groeide de CJV uit tot een jaarlijks ontmoetingspunt voor afgestudeerde juristen op de dag voor Hemelvaart.

 

1941

Op een bijeenkomst in Amsterdam, tijdens de bezetting door de nazi’s, in de zomer van 1941, hield prof. mr. V.H. Rutgers een belangwekkende lezing over de rechtskracht van de verordeningen en beschikkingen van de macht, waaraan een bezet land onderworpen is. De lezing van Rutgers over dit toen zeer gevoelige onderwerp werd onder de titel ‘Toetsingsrecht?’ opgenomen in het Nederlandsch Juristenblad van 29 november 1941.

 

1963

Veertig jaar na de oprichting, op 22 mei 1963, hield de toenmalige voorzitter mr. A. Schenkeveld een rede: Veertig Jaren Calvinistische Juristen Vereniging. In het boekje ‘Vijftig jaren Calvinistische juristenvereniging’ uit 1973 wordt aandacht besteed aan de van 1923 tot 1972 gehouden referaten, ingekleurd met veel citaten.

 

1997

Tijdens de vergadering van mei 1997 heeft de vergadering besloten de oecumenisch-christelijke inslag tot uitdrukking te brengen in een formele naamswijziging. Vandaar dat de vereniging nu als Christen Juristen Vereniging door het leven gaat. Bij het 25-jarig bestaan van de CJV zei Anema in 1948: ‘Wie er plezier in had om de besprekingen bij te wonen kon komen en vragen stellen, met zijn problemen voor de dag komen. En op de bijeenkomsten ging het niet als op de colleges, waar er één de leiding moest hebben, maar het debat was op de voet van gelijkheid.’ Met dit uitgangspunt vormen de debatten tijdens de jaarlijkse vergaderingen van de CJV ieder jaar een uitdaging.